Dagtocht naar Safaripark de Beekse Bergen
Op dinsdag 18 augustus was het eindelijk zover: het jaarlijkse uitje met de OVAK. Hoewel we hadden gehoopt op zonnig weer, stonden we om kwart over acht onder een grijze, miezerige lucht bij de bus te wachten, paraplu’s in de hand. De chauffeur vertrok keurig op tijd en verzekerde ons dat we ruim op schema lagen voor de geplande koffiestop. De hoop dat het in het zuiden zonniger zou zijn, bleek helaas ijdel.
Na een rit van ongeveer een uur en drie kwartier kwamen we aan bij Safaripark Beekse Bergen, halte Safariplein. De omgeving gaf meteen een vleugje buitenlandgevoel. Nadat de chauffeur de entree had geregeld, konden we door de telcontrole richting het restaurant, dat verscholen lag achter een paar heuveltjes op de route naar de safariboot. De koffie met appelgebak smaakte uitstekend, en er was zelfs een tweede ronde koffie of thee voor wie dat wilde.
Rond half twaalf werden we verzocht terug te keren naar de bus voor de rondrit door het park. Door een kleine vergissing van de ranger vertrokken we iets later, maar rond twaalf uur begon onze safaritocht dan toch echt. Wat je allemaal ziet tijdens zo’n rit, blijft lastig onthouden zonder aantekeningen, maar gelukkig had ik een plattegrond bemachtigd — bij de OVAK mag je gerust spieken.
We reden langs een indrukwekkende reeks dieren. Zo zagen we de Gemsbok, te herkennen aan zijn rechte horens, en de Ellipswaterbok met de witte ring rond de staart. Beide soorten leven in het wild in Zuid‑Afrika. Verderop kwamen we de Afrikaanse wilde hond en de Zuidelijke cheeta tegen, snelle jagers waarvan de cheeta met gemak de honderd kilometer per uur aantikt. Ook meer bekende dieren passeerden de revue, zoals de Schotse Hooglander, het Edelhert en het Heckrund, die net als wij weinig plezier leken te hebben in het druilerige weer.
Bij de Banteng viel het kleurverschil tussen mannetjes en vrouwtjes op, variërend van kastanjebruin tot zwart, met witte poten en snuiten. Daarna zagen we het Przewalskipaard, waarschijnlijk het laatste echte wilde paard op de Mongoolse steppen. In hetzelfde gebied liepen de Nyala en de Rode Bosbuffel vredig naast elkaar. De bus reed verder langs de Struisvogels richting de Dromedaris en de Afrikaanse leeuw, die ons rustig gadesloeg.
Aan het einde van de tocht kregen we nog enkele bijzondere dieren te zien, zoals de zwarte Paardantilopen — ook wel sabelantilopen genoemd vanwege hun lange, sabelvormige hoorns — en de Grévyzebra uit Ethiopië en Kenia. De Nubische giraffe, vrijwel verdwenen in het wild, maakte indruk door haar zeldzaamheid. Tot slot zagen we de Zebramangoest, een gestreepte jager die altijd in groepsverband leeft.
Terug bij de parkeerplaats ontvingen we ons lunchpakket, dat we mochten nuttigen in het restaurant van Wanyama Pannenkoeken. Wie iets extra’s bestelde, rekende dat zelf af. Ondanks het sombere weer maakten veel deelnemers toch nog een korte wandeling door het park voordat we weer in de bus stapten voor de terugreis.
Het was een dag vol indrukken, gezelligheid en bijzondere dieren — zelfs met regen bleef het een geslaagd uitje.
Martin Mijwaart